Conde-sur-l’Escaut, Frankrijk

Mijn vorige verslag ging over de spoorlijn die Vlaamse mijnwerkers, kompels naar de mijnstreek in de Borinage bracht. Nu wil ik wel eens een oude steenkoolsite bezoeken. Ons oog valt op de streek ten zuiden van de Borinage vlak over de grens in Frankrijk rond het stadje Condé-sur-l’Escaut. Dit maakt deel uit van het regionale natuurpark Scarpe-Escaut en meer bepaald het kwetsbare gebied rond het meer van Chabaud-Latour en la Canarderie. De Borinage ga ik later nog wel eens bezoeken, waarschijnlijk aan de hand van de GR412 – sentier des terrils die speciale aandacht besteedt aan de mijn-geschiedenis. Dit natuurgebied in Frankrijk ligt op amper een dik uur rijden van Gent. 

Condé sur l’Escaut is een klein stadje van zo’n 12000 inwoners en een groot deel van de oude middeleeuwse omwallingen, later aangepast door Vauban, is bewaard gebleven. Er zijn ook een paar historische gebouwen te bezichtigen zoals de imposante toegangspoort La porte Vautourneux (1707), de St Wasnon-kerk gebouwd rond 1750 met ernaast de klokkentoren uit baksteen, in tegenstelling tot de kerk, die anderhalve eeuw ouder is, op het plein Pierre Delcourt vinden we het stadhuis (18de eeuw) en de stormtoren en wachthuis (eveneens 18de eeuw) met de zonnewijzer op de gevel.  Het kasteel van Nicolas d’Avesnes stamt uit de 12de eeuw en werd grondig vernieuwd in de 15de eeuw. Om alles te bezichtigen heb je echt geen uren nodig. Condé betekent trouwens “samenvloeiing”, in dit geval van de Hene en de Schelde.

 

conde
gewandeld op 1 mei 2018, 19 kilometer

Onze wandeling vertrekt aan de noordkant van het stadje, meer bepaald op de parking van de Carrefour, en we lopen om te beginnen de volledige vestingen af. Dit is best wel impressionant en moet in die tijd moeilijk inneembaar geweest zijn. Vauban was dan ook een meester in zijn stiel. Meer bekend bij ons zijn natuurlijk de vestingen in Ieper, ook van de hand van Vauban.

 

Aan de oostkant verlaten we het stadje en trekken het natuurgebied in langs het meer van Chabaud-Latour. Wij lopen tussen het water door want zowel links als rechts zijn er waterpartijen en een kanaaltje. In de verte zien we al de schachttoren Ledoux, achter ons pronkt de klokkentoren van St-Wasnon (en ook de recentere watertoren valt op). Een visser is in een harde strijd gewikkeld, dit is eens iets anders dan hetgene ik normaal zie, namelijk bijna inslapende vissers naast hun vislijnen. Nee, deze man heeft het behoorlijk lastig. Wat hij boven haalt is dan ook een karper van zeker 20 à 30 kilogram volgens zijn eigen schatting.

 

Wij trekken het natuurgebied verder in en komen langs een kasseistrook aan de bistro la Roselière waar mensen van hun zondagse aperitief komen genieten. Het is eigenlijk eerder een afgelegen typisch Noordfrans volkscafé. De schachttoren staat hier niet ver vandaan en we trekken die richting uit. Toch wel impressionant hier onder deze metalen reus. Nu is het hier al peins ende vree maar tot 1988, toen de mijn gesloten werd, moet het hier toch wel andere kost geweest zijn. De productie in deze schacht startte in 1905 en produceerde op dat moment 450 ton/jaar. In 1960 moderniseerde de maatschappij de putten. Op dat moment waren er 2700 werknemers actief en zij produceerden 2590 ton/jaar. De schachten liepen tot 850 meter diep.

Langs kleine paadjes trekken we verder richting hoogste terril van het gebied met 74 meter, natuurlijk niet direct de Mont Blanc (eigenlijk het tegendeel, wat de kleur betreft). Een stevige, korte klim en we krijgen een prachtig uitzicht over de streek. Langs een onofficieel MTB-pad gaat het steil naar beneden en vervolgen we onze weg noordwaarts.

panoramafoto conde

Hierbij wandelen we een korte afstand over een verharde weg en volgen we voor een stuk de Frans-Belgische grens. Iemand heeft blijkbaar kunnen beslag leggen op een koolmijnwagonnetje en heeft de functie ervan naar bloembak veranderd. Aan een kruispunt bij een Sint Hubertuskapel staat er ook een GR-boom die de richting 

IMG_3458 (Small)

aangeeft van de GR’s 121, 122 en 123. Eerlijk gezegd is het wel een beetje een sobere versie van de GR-bomen die ik de laatste tijd te zien kreeg.

Ondertussen bevinden we ons in het bos van Bonsecours-Conde. Het paars van de hyacinten kleurt hier ook de ondergrond. Het is een aangename afwisseling ten opzichte van de begroeiing en uitzicht van datgene dat we tot nu toe hadden. Bij het oversteken van de D935 prijkt hoog boven de straat de neogotische Basiliek van Bon-Secours. Een indrukwekkend zicht en sinds de 16de eeuw een belangrijke pelgrimsbestemming. De basiliek staat juist over de grens in België.

Als we weer voor ons kijken merken we in de verte al een ander indrukwekkend gebouw op midden in het bos. Een rechte laan brengt ons tot bij het Chateau de l’Hermitage. Een ijzeren hek en een slotgracht verhinderen ons om dichter bij het kasteel te komen. Langs een mooi paadje kunnen we wel mooi langs de slotgracht wandelen en komen we aan ‘de voordeur’ van het kasteel. Onderweg passeren we nog een bezienswaardigheid in de streek namelijk le blanc chêne, er is een wandelpad naar genoemd. Het is wel een indrukwekkende, dikke, maar dode, eik. Het neo-klassieke kasteel werd gebouwd tussen 1786 en 1789 met de winsten van de steenkoolontginning in opdracht van prins Anne-Emmanuel de Croÿ.

Een andere rechte laan in zuidelijke richting brengt ons naar de rand van het bos en we komen weer in de bewoonde wereld. We lopen opnieuw even langs het meer van Chabaud-Latour en komen weer bij ons vertrekpunt. Sis, mijn wandelgezel op deze toer, had reeds een vergelijkende studie uitgevoerd van de etablissementen in Conde waar er te eten valt. Na een korte selectie, want de lijst was niet lang, vooral op basis van ‘gesloten/open’ kwam het kleine cafeetje ‘Au petit bonsecours’ als winnaar uit de bus. De gastheer, tevens barman, ober en kok, verbleef 13 jaar in Baskenland waar hij als chef zou gewerkt hebben. Over dat laatste zal ik geen uitspraken doen maar hij heeft wel een typisch Baskische stoofschotel (axoa) van lam op zijn menu staan. Daarbij is het Baskische kruid espelette (piment) een essentieel ingrediënt. Daar zijn we dan ook voor gegaan en ‘t was lekker.

Dus een zeer mooie, afwisselende wandeling met voor elk wat wils: natuur, geschiedenis, cultuur,… en grotendeels over onverharde wegen. De keuze voor deze streek was uitstekend.

Links:
natuurpark scarpe-escaut

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s