Railtracking langs spoorlijn L163a

7-8 mei 2016
40 kilometer

Tussen Bertrix en Carignon (Fr) loopt een spoorweg van een 30tal km over diepe valleien en door harde rotsen. Voor dit korte traject bouwden de toenmalige spoorwegen 27 bruggen en groeven ze 3 tunnels uit. Er werd 10 jaar aan gewerkt tussen 1904 en 1914 en ettelijke jaren voorbereiding. De bewogen geschiedenis van deze spoorweg loopt tot eind de jaren ‘50 voor het personenvervoer en 10 jaar later voor het goederenvervoer. De volledige ontmanteling van de spoorbedding volgt in 1972. Een stuk van het traject werd omgebouwd tot een RAVel.

De lijn moet één van de duurste investeringen geweest zijn van de Belgische spoorgeschiedenis en waarschijnlijk tevens één van de minst rendabele. De enige periode dat het internationale traject effectief in gebruik was was tijdens de beide wereldoorlogen door de Duitsers voor militaire doeleinden uiteraard. En deze internationale aansluiting was noodzakelijk voor de levensvatbaarheid van de spoorweg. Dit kwam vooral door de onwil van Franse kant om de aansluiting te realiseren.

Pol, Nico en ikzelf willen wel eens kijken wat er overblijft van deze spoorlijn. Daarvoor kiezen wij het minst toegankelijk deel dat zich situeert tussen Gribomont (Saint-Médard) en Sainte-Cécile. Vanaf Sainte-Cécile is het oude spoor omgevormd tot een verhard fietspad. Om dit uit te voeren trekken we een weekend uit. Wij installeren ons op vrijdag op de camping in Herbeumont. Daarna volgt een primitief maar lekker BBQ-tje terwijl we fantaseren over wat er ons zal te wachten staan en of we wel  touwen, zaklamp en laarzen zouden nodig hebben of als dit overbodige luxe is.

Na ons proviand voor onderweg bij de lokale middenstand ingeslagen te hebben vertrekken we richting Gribomont waar we de wagen achterlaten op een parking niet ver van onze uitgekozen startplaats. Dit is de Pont de Gribomont van waarop we een goed zicht krijgen op wat ons te wachten staat.

IMG_0446.JPG

Dit eerste stuk van een paar honderd meter is moeilijk toegankelijk maar er loopt een weggetje hoger langs de bovenkant van de bedding. Dit had ik gelezen op de website van “trekkings”. Eerst langs links proberen, daarna oversteken en maar verder lopen langs de rechterkant tot aan de eerste tunnel, de Saint-Médard. De toegang ligt goed verborgen tussen het struikgewas, ondanks zijn grote omvang. Langs de steile berm hangt een touw die de afdaling iets eenvoudiger maakt tot aan de spoorbedding. Nee, we zijn hier niet de eersten en zullen ook niet de laatsten zijn. Ons eigen touw hadden we dus al niet nodig. Dit ging nog vrij vlot maar in periodes van meer regen moet dit hier toch heel wat glibberiger zijn.

IMG_0448.JPG

IMG_0449.JPG

Deze tunnel is 687 meter lang en buigt lichtjes. Het is er stikdonker zonder vóór of achter ons lichtpuntjes als oriëntatie. Zonder zaklamp de tunnel betreden is onbegonnen werk. De tunnel loopt onder de treinverbinding Athus – Meuse. Hier en daar zijn er nissen in de wand. Maar skeletten zijn we er niet tegengekomen.

Over de deze tunnel had ik gelezen dat hij in bepaalde, regenachtige periodes vrij moeilijk toegankelijk (doorwaadbaar) was. Zo te zien hebben wij niet te klagen. Middenin loopt een kleine beek maar langs beide zijden plaats zat om te stappen.

Wat niet was is dan toch gekomen: de laatste 30 à 40 meter overleven we met droge voeten dankzij onze laarzen, zij het ternauwernood. Daarenboven is dit niet gewoon water maar een dikke smurrie. Pol, zonder laarzen, had meer problemen. Laarzen en zaklampen inpakken en opnieuw op weg. Trouwens, deze spoorlijn kruist nergens een baan, er is nergens een overweg. Overal zijn er tunnels of bruggen voorzien. Wel een staaltje in die tijd!

IMG_0453.JPG

IMG_0455.JPG

De eerste hindernis is genomen, de toon is gezet. De volgende paar honderd meter na de tunnel zijn ook vrij moeilijk toegankelijk door struikgewas en omgevallen bomen, een echt hindernissenparcours. Er stroomt een helder beekje door. Goed om onze laarzen te kuisen.

Trouwens voor de mensen die het niet zien zitten om door deze tunnel te trekken staat er een goed alternatief beschreven op de website van ‘trekkings’. De link vind je onderaan. De wandeling is evenzeer aan te raden zonder de tunnel.

Wij trekken door een tot natuurgebied omgevormd spoorwegterrein, het vroegere station Orgeo – Ardoisière, waar niets van overblijft. Er zijn hoe dan ook nog weinig overblijfselen van de spooractiviteiten, behalve dan natuurlijk de grote ‘kunstwerken’ zoals de bruggen, viaducten en tunnels. Het volgende hoogtepunt is het viaduct van Morépire of le pont de La Blanche.

 

 

 

Le Pont de la Blanche is 133 meter lang en telt 8 bogen. Langs de kant van de brug kan je ook rapellen mocht je zin hebben. Onder de brug bevindt zich ook het avonturenpark CapNature.

De spoorlijn werd ondermeer aangelegd om de talrijke leigroeven in de vallei van de Aisne te bedienen. Langs het traject zijn de overblijfselen van deze activiteiten dan ook te vinden. Er is zelfs een tot museum omgevormde mijn opgericht “Au coeur de l’Ardoise”. Je kan er de mijngangen bezoeken tot 40 meter onder de grond. Tijdens de aanleg van de spoorlijn zijn veel arbeiders vertrokken uit de groeven om de beter betaalde jobs in te nemen bij de bouwwerken.

Wij lopen nu echt op de bedding van de spoorlijn L163a die grotendeels langs de N884 loopt. Je hebt hier echter helemaal geen last van, noch van geluid of zicht. Het is zeer makkelijk stappen en er zijn niet veel hoogteverschillen, alles is natuurlijk genivelleerd voor de spoorlijn. Het wordt middag en tijd voor de lunch. Eten doen we natuurlijk op een tot tafel gepromoveerde… leisteen.

 

 

 

Onze wandeling loopt verder gelijk met het parcours van “la voie les pierres qui parlent”. Een educatief wandelpad met leisteenmenhirs als informatieborden rond de geschiedenis van de leisteenontginning.

De bruggen zijn te talrijk om er van elk een foto te plaatsen. De brug van Wilbauroche is echter zeker het vernoemen en fotograferen waard. Sommige bruggen zijn namelijk niet alleen op zich staaltjes van vakmanschap maar ze hebben daarenboven mooie gietijzeren hekwerken. Hiervan zie je er één van. Het roeste gietijzer maakt de brug er nog mooier op.

Het is duidelijk te merken dat we op de “wandeling van de sprekende stenen” lopen en dichter komen bij de bewoonde wereld. Hier lopen en fietsen al wat meer mensen, families met kinderen,… op een zaterdags uitstapje, genietend van het prachtige voorjaarsweer.

De Linglé tunnel (of de tunnel van Mortehan) is de volgende op de wandeling. In tegenstelling tot de Médard loop je er gewoon door. Hij is veel korter, 285 meter, en in veel betere staat. In tegenstelling tot de andere tunnels is hij vrij toegankelijk en zonder gevaar. Deze tunnel snijdt door de harde ‘roche aux corbeaux’.

Vanaf hier verlaten wij de vallei van de Aisne en volgen nu deze van de Semois. Tot in Herbeumont lopen we op een ‘luxe’ pad. Dit ligt ingegraven en nu lopen we onder de bruggen door in plaats van erover.

Aangekomen in Herbeumont besluiten we om de laatste tunnel er ook nog bij te nemen op onze eerste dag. Vlak buiten Herbeumont moeten wij de Semois over en dat gebeurt in stijl over een imposant viaduct! 38 meter hoog 150 meter lang met 7 booggewelven. Het viaduct is toegankelijk maar je loopt tussen hekkens langs beide kanten van de brug. Het komt ook uitgebreid in beeld in de Vlaamse fictiereeks La Trêve die zich afspeelt in de Ardennen.

De spoorlijn loopt verder richting Sainte-Cécile maar om dit dorp te bereiken werd er weer een tunnel gegraven. Dit is de langste van de drie met 1365 meter! In zijn tijd de langste spoorwegtunnel in België. De tunnel is niet toegankelijk wegens de verregaande aftakeling van de binnenkant. Er is groot gevaar voor vallende stenen uit het plafond. Je kan de tunnel omzeilen door de GR16 te volgen tot in Sainte-Cécile, waarna je weer het traject van 163a op kan.

Voor de show zijn we efkes over het hek geklauterd zodat wij hier een beeld kunnen tonen van de beide kanten van de tunnel.

Terug naar Herbeumont naar de camping Moulin Willaime, een oude watermolen met een zeer sympathiek bejaard koppel als eigenaars. Daarenboven is de plaats ook ‘ambassadeur van Orval’, en of we het treffen. Deze eerste dag hebben we 25 kilometer afgelegd. Vanavond geen BBQ maar beentjes onder tafel schuiven in één van de weinige eetgelegenheden in de buurt.

 

 

 

De terugweg start onder het viaduct van Herbeumont langs de oever van de Semois. Wij hebben een vrij recht toe recht aan traject uitgestippeld naar de startplaats waar de auto geparkeerd staat. Wij volgen een tweetal kilometer een mooi pad langs de Semois. Na een goeie kilometer is er een flinke klim maar dit is dan ook de enige op deze tweedaagse. Wij lopen verder door het bos en komen amper mensen tegen. Ook deze terugweg is zeker het wandelen waard.

Tunnels: samengevat de Medard niet verboden wel stuk onder water, Lignlé officieel verboden maar er loopt zelfs een publieke wandeling door, Sainte Cecile is verboden terrein en afgesloten met een niet ondoordringbaar hekken. 

Bijkomende info:

spoortunnels
verslag van trekkings.be
www.railtrash.net

eigen foto-album

Advertenties

2 gedachten over “Railtracking langs spoorlijn L163a

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s